Biert

Geschiedenis van Biert

Geschiedenis per plaats
19 JUN 2017
De eerste vermelding van Biert dateert van 1 juli 1304, in een charter waarin Simonshaven ter bedijking wordt uitgegeven. Er wordt in deze akte gesproken over een gebied tussen Vriesland en Biervliet dat door Nikolaas III van Putten mag worden ingepolderd. Door het leggen van dijken werden de vijf losse eilandjes (Geervliet, Biervliet, Spijkenisse, Vriesland en Putten) langzaamaan samengesmeed tot één eiland Putten. De inpoldering van Biert zal ergens in de dertiende eeuw hebben plaatsgevonden, waarna een klein dorp ontstond.

Het gorsland langs de oever van de dichtslibbende Bernisse werd in 1459 bedijkt als de polder Oud-Stompaard, en niet veel later volgde de polder Nieuw-Stompaard. Deze gebieden vielen onder het rechtsgebied van Biert en werden dus door schout en schepenen bestuurd. De polders hadden een apart polderbestuur.

De herkomst van de naam Biert is onbekend. De toevoeging Vliet zal ongetwijfeld verband houden met de Bernisse, die in vroeger eeuwen zo werd genoemd, maar of Bier(t) op enigerlei wijze te maken heeft met het gerstenat valt noch te bevestigen noch te ontkennen.

Door de gunstige ligging langs de drukke handelsroute De Bernisse moet Biert vrij snel een flinke welvaart hebben gekend. Een ordonnantie uit 1375 van heer Zweder van Abcoude bepaalde dat de parochiekerk jaarlijks 32 hollandse ponden aan de kapittelkerk van Geervliet moest betalen. En dat was voor die tijd een enorm bedrag. In het aanzienlijke Biert stonden destijds maar liefst twee kerken. De ene parochie was gewijd aan de maagd Maria, de andere aan de heilige Nicolaas, die als patroon beschermde tegen watersnood en dieven. In het mistige verleden van Biert is één van de kerken op een onbekend tijdstip gesloopt of afgebrand.

Met het dichtslibben van de Bernisse verloor Biert een belangrijk deel van haar bestaansrecht. De handel verdween en maakte plaats voor landbouw en veeteelt. In 1622 telde het dorp 83 inwoners en een belastingboek uit 1632 maakt melding van 17 huizen. In 1732 waren dit er nog maar 12. Het aantal inwoners was in 1795 eveneens gedaald tot 65. De minimale omvang van Biert maakte het onmogelijk om volledig zelfstandig te blijven, zodat steeds meer functies werden gedeeld met Simonshaven. Zo werden de ambten van schout en secretaris van beide plaatsen samengevoegd, en predikte de dominee wekelijks afwisselend in Biert of Simonshaven. Dit proces van onderlinge samenwerking ving waarschijnlijk al aan in de vijftiende eeuw en was in de loop van de zeventiende eeuw goeddeels afgerond. Alleen de diaconie en kerkvoogdij wisten nog lange tijd hun zelfstandigheid te bewaren, wat vooral lukte dankzij het aanzienlijke grondbezit, dat via verpachting ten gelde werd gemaakt.

In 1884 brandde de kerk van Biert af. Het laatste restant van een roemrijk verleden viel ten prooi aan de vlammen. Tot herbouw is het nooit gekomen, want Biert was te klein, en de kerkvoogdij te minvermogend om een nieuwe kerk te laten plaatsen. Er zijn enkele afbeeldingen van het gebouw bekend, maar op basis hiervan valt niet te bepalen hoe de kerk er precies uit heeft gezien. In enkele teksten wordt de kerk omschreven als een gebouw met een tamelijk hoge, vierkante toren met een stompe spits waarop een windwijzer staat. De kerktoren was voorzien van een klok, maar niet van een uurwerk.

De Brielse belastinggaarder Jan Kluit maakt in zijn dagboeken een opmerking van een curieus verschijnsel in de polder van Biert. Hij schrijft over een schip dat in vroeger tijden in de Bernisse was gezonken en waarvan de mast nog lange tijd boven het landschap uit stak. Kluit voert een 58-jarige vrouw uit Simonshaven ten tonele die dat verhaal bevestigde, aangezien ze de mast in haar jeugd zelf had gezien. Hij ging vervolgens zelf op onderzoek uit en trof bewoners aan die hem meer over het opmerkelijke feit konden vertellen. Feiten waren echter veranderd in mythen en niemand kon hem de ware geschiedenis van het schip vertellen. De een meende dat het schip ooit was gestrand en niemand de moeite had genomen het vlot te trekken, een ander wist dat het schip ten tijde van de inpoldering van de Stompaarden is gebruikt om een diepe put te dempen. Een derde probeerde Kluit ervan te overtuigen dat het een schip was dat in 1572 door de vluchtende Spanjaarden was achtergelaten.

Na de Franse Tijd functioneerde Biert nog tot 1855 als een zelfstandige gemeente. Toen is de plaats samen met Simonshaven bestuurlijk samengevoegd onder Geervliet. Sinds 1980 maakt Biert onderdeel uit van de gemeente Bernisse.

Wapen:

Een schild van goud, beladen met eenen baar van sabel (zwart), waarop twee kruisen van zilver.In 1821 kende de Hoge Raad van Adel de gemeente Biert en Stompaarden een wapen toe, waarvan het bovenste deel goud en het onderste deel groen is.

Bronnen:

A.J. van der Aa, ‘Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden' (Gorinchem, 1839)

R. Bakker, ‘De Nederlandsche Stad- en Dorp-beschrijver' Deel VI: Het Land van Voorne en Putten, Overflawue, Portugal, etc. (Amsterdam, 1798)

Jan Kluit, ‘Deel 2, 3e stuk; 'De landen van Oost-, West- en Zuidvoorn met den lande van Putten beschouwt in haar opkomst, aanwas, tegen­woor­dige staat en regee­ring' (p. 1263-1270)
Zoeken in collecties